28-10-08

Verklaring Groep van Doorn

Verklaring Groep van Doorn Sinds 1997 beraadslagen de vakcentrales van België, Duitsland, Luxemburg en Nederland met elkaar over het arbeidsvoorwaardenbeleid en de loonontwikkeling in hun landen. In 1998 is in het Utrechtse Doorn afgesproken om elkaar niet te beconcurreren op lonen en andere arbeidsvoorwaarden, maar de inzet gezamenlijk te richten op maatregelen die de koopkracht bevorderen en de werkgelegenheid veiligstellen. In de daaropvolgende jaren is de zogenoemde groep van Doorn steeds intensiever gaan samenwerken. Een permanente expertgroep van de betrokken vakbondsconfederaties bespreekt en analyseert gegevens over belangwekkende ontwikkelingen in het arbeidsvoorwaardenbeleid en de werkgelegenheid. Daarnaast worden gezamenlijke workshops over specifieke meer strategisch georiënteerde onderwerpen georganiseerd. Door het 'initiatief van Doorn' zijn de debatten in het Europees Verbond van Vakverenigingen over gelijkschakeling goed op dreef gekomen. Die discussies hebben tot doel het arbeidsvoorwaardenbeleid van alle EU-landen beter op elkaar af te stemmen. Utrecht, 24 oktober 2008 Verklaring Groep van Doorn Op 23 en 24 oktober 2008 hield de Groep van Doorn zijn 9de politieke conferentie te Utrecht, op uitnodiging van de Nederlandse vakcentrales (FNV, CNV en MHP). Sinds 1997 brengt de Groep van Doorn vakbonden bijeen uit Duitsland (DGB), Frankrijk (CGT, CFDT, FO, CFTC), Nederland (FNV, CNV, MHP), Luxemburg (CGT-L, LCGB) en België (ABVV, ACV, ACLVB) die samen discussiëren over de coördinatie van de collectieve onderhandelingen. De informatie-uitwisseling maakt het de nationale vakbonden mogelijk om de eigen uitdagingen te toetsen aan objectieve informatie, uit de eerste hand, van de ontwikkelingen in de andere landen. En om onderlinge afspraken te maken over een gecoördineerde aanpak, in overeenstemming met en aanvullend bij de richtlijnen die in EVV-verband worden afgesproken. De Doorngroep stelt vast dat de financiële markten en de grondstofmarkten voor voeding en energie grondig dooreen werden geschud, voor een belangrijk deel ook door de aanhoudende speculatie op die markten en de deficiënties inzake regulering en toezicht. Het zijn in elk geval niet de werknemers die enige verantwoordelijkheid dragen voor deze ontsporingen. De Groep Van Doorn aanvaardt dan ook niet dat de werknemers worden aangewezen als eerste verantwoordelijken om deze crisis te boven te komen en gedwongen worden in te leveren op hun koopkracht, werkzekerheid en arbeidskwaliteit, onder meer door aantasting van de mechanismen voor aanpassing van de lonen en uitkeringen aan de levensduurte en door ingrepen in de vrijheid van onderhandelingen over koopkracht en werkgelegenheid. Integendeel moeten uit deze financiële crisis de lessen worden getrokken voor een sterkere regulering van en beter toezicht op de markten, ook Europees en internationaal (cf. Verklaring van Londen van het EVV van 27 september ll.). De Groep van Doorn stelt vast dat: * er in alle betrokken landen een afname is van het loonaandeel in het nationale inkomen; * alle werknemers, en zeker deze met een laag of middellaag loon of met een sociale uitkering, in moeilijkheden komen door de toenemende inflatie; * het niet de lonen zijn die de inflatie doen toenemen maar de stijging van de energie- en voedselprijzen, gedeeltelijk aangejaagd door de speculatie op die markten; * de druk in verschillende landen toeneemt om de belastingen en sociale bijdragen te verminderen en de collectieve voorzieningen af te bouwen. De Groep van Doorn onderschrijft volledig de campagne die in 2008 door het EVV opgestart werd voor een rechtvaardiger verdeling van de welvaartsgroei. In het bijzonder door een verhoging van de lonen in verhouding tot de formule van Doorn, namelijk compensatie van de inflatie en productiviteit. In volledige overeenstemming met het EVV herbevestigt de Groep van Doorn zijn streven naar coördinatie van de collectieve onderhandelingen, om een neerwaartse concurrentie inzake arbeidsvoorwaarden te vermijden. Alle aanwezige vakbonden engageren zich om voor 2009 loonsverhogingen te eisen die de koopkracht verbeteren, met bijzondere aandacht voor de lonen van de laagstbetaalde werknemers. De Groep herbevestigt om die reden ook dat een nationaal minimumloon een belangrijk instrument is om het gevaar van de opkomst van een groep van verarmde werknemers (de “working poor”) af te wenden en wil daarom de discussie hierover binnen het EVV verder zetten. De Doorngroep wil ook gezamenlijke strategieën uitstippelen om de neerwaartse spiraal tegen te gaan die dreigt door de loonkostconcurrentie en ruimer tot sociale en fiscale dumping. Ze ondersteunen ten volle de EVV-eis tot invoering van een Europees minimumtarief in de vennootschapsbelasting. De groep dringt aan op Europese en nationale strategieën die een defensieve loonkostenbenadering van het concurrentievermogen ombuigen naar een offensieve aanpak die steunt op O&O, (sociale) innovatie, onderwijs en opleiding, en duurzame ontwikkeling. Waardig werk en sociale cohesie enerzijds en concurrentiekracht en werkgelegenheid anderzijds zijn geen tegengestelden, wel integendeel. Het wil in het bijzonder versterkte inspanningen van de bedrijven en de overheden voor de ontwikkeling van competenties van werknemers, zowel als werklozen. Het concept flexicurity moet zich in deze visie inschrijven om te verhinderen dat het neer komt op sociale achteruitgang voor landen met een goed ontwikkeld sociaal model. En het moet tot vooruitgang leiden in landen met een minder ontwikkeld sociaal model. De Groep van Doorn wil daarom ook een sociale invulling van het concept flexicurity, gericht op het inperken van en een betere sociale bescherming voor de werknemers in flexibele contracten, voor de werknemers die dreigen te ontsnappen aan de sociale minimumnormen en gericht op de uitbouw van de werknemersrechten m.b.t. levenslang leren. De Groep van Doorn deelt de zorg van het EVV m.b.t. de richtlijn over arbeidstijd. De leden zullen druk uitoefenen op het Europese Parlement om te verhinderen dat de geldende normen verslechterd worden. Daarom moet een einde gesteld worden aan de mogelijkheid van opting out, moet gewaarborgd worden dat annualisering van de arbeidstijd alleen via CAO kan en moet het principe volgens hetwelk wachttijd moet worden geteld en vergoed als werktijd, behouden blijven. Bovendien moet de richtlijn rond uitzendarbeid er toe leiden dat overal het principe van gelijk loon voor gelijk werk wordt ingevoerd. De Groep van Doorn is verontrust over de opeenvolgende arresten van het Europese Hof van Justitie (Laval, Viking, Rufert, de Commissie tegen Luxemburg) en de nieuwe procedures die de Europese commissie heeft ingezet. Deze dreigen de weg te openen naar een Europese arbeidsmarkt, die het sociale ondergeschikt maakt aan het economische, hetgeen de nationale sociale modellen onderuit haalt. Deze arresten maken duidelijk dat actie nodig is om onze sociale modellen tegen afbraak te verdedigen: het betreft o.a. de nationale minimumlonen, algemeen verbindend-verklaring van cao’s zonder mogelijkheid van opting out, uitbouw van een Europese sociale inspectie en verstevigde samenwerking tussen de nationale sociale inspecties, betere informatie van de werknemers (zeker de gedetacheerden), samenwerking tussen nationale vakbonden en uitbouw van grensoverschrijdende collectieve onderhandelingen.

16:16 Gepost door Hendrik Van Walleghem in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.